Bommen in de polder

In medio 1942 liet een Duitse bommenwerper zijn lading van 3 overgebleven bommen vallen in de polder van het dorp Rijnsburg (net buiten Oegstgeest). De bommenwerper was teruggekeerd van een bombardement in Engeland. Blijkbaar hadden ze daar niet alle bommen afgeworpen en hadden ze besloten, om deze maar boven Rijnsburg te droppen. Misschien is het de bedoeling geweest om ze in zee af te werpen, maar dit blijft gissen. 

De 3 bommen sloegen in het drassige landschap zonder te ontploffen. Hierdoor werden er 3 grote gaten geslagen van wel 5 a 6 meter diep. Na inspectie van de locatie door de Duitsers liet men de bommen nog 6 weken liggen. Pas na deze periode lieten de Duitsers deze door Hollanders (ex-militairen) tot ontploffing brengen. Deze Hollanders bevestigden dat het om Duitse bommen ging, hetgeen de Duitsers overigens altijd hebben ontkent. De springstof die men gebruikte om de boel tot ontploffing te brengen sloeg men tijdelijk op in de bollenschuur van de betreffende landeigenaar (familie J. van Egmond).

De Hollanders haalden 1 van de bommen boven de grond en lieten deze vervolgens bovengronds ontploffen met de springstof die men eerder had opgeslagen. Dit bleek echter geen succes. De ruiten van de woningen net buiten de polder bleken hier niet tegen bestand. Zelfs de ruiten van de boerenleenbank (Rabobank) die een heel eind verder stond (tegenwoordig het pand van Van Wezel Accountants aan de Oegstgeesterweg in Rijnsburg) sneuvelden gedeeltelijk.

Daarop besloot men de overige 2 bommen ondergronds te laten springen. Een gigantische klap verplaatste zoveel grond dat men enorm veel ladingen grond moest aanvoeren om het gat weer te dichten. Tot op de dag van vandaag is de grond van het gat wat toen is geslagen nog steeds gevoelig voor verschillende weersomstandigheden (bijvoorbeeld veel regen wat de grond op die plek drassig maakt).