Verzetsbuit

Recentelijk stuitte ik op een bijzonder tastbaar stukje geschiedenis. Het betreft een Duitse patronenkist voor het 9 mm pistoolmitrailleur. De kist zelf is wellicht niet uniek, er zijn er immers veel, heel veel, van gemaakt tijdens de de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. 

Nee, wat de kist in mijn ogen uniek maakt is het verhaal erachter. De kist komt namelijk uit de nalatenschap van een verzetsheld. 

De naam van deze persoon is bij mij bekend, maar ik wil deze, op verzoek van zijn kinderen, niet publiceren.  Ik mocht de kist anno 2021 van de zoon van deze, helaas in  2005 overleden verzetsheld, ontvangen. Hij vertelde mij het volgende.

Zijn vader, geboren in 1921 te Schiedam, was 18 jaar toen hij de Luftwaffe paratroepen bij het plaatsje Overschie zag neerkomen vanuit het zolderraam. De troepen hadden als doel het veroveren van het vliegveld Ypenburg om vervolgens Den Haag te bereiken om zo de regering en onze Koningin gevangen te nemen. Deze gebeurtenis heeft ongetwijfeld een grote indruk op hem gemaakt. Medio 1941 verhuisde hij naar Haarlem waar het gezin woonde aan de Delftlaan. Hij studeerde op dat moment aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Dat was ook de periode dat hij in aanraking kwam met het verzet alwaar hij al snel een actieve rol in zou spelen. Denk dan bijvoorbeeld aan het verspreiden van verzetsblaadjes maar ook het zwaardere werk (smokkelen wapens en gebruik hiervan) kwam aan bod. Dit had al snel gevolgen. De Sicherheitsdienst (SD) was hem namelijk al snel op het spoor zodat er ondergedoken moest worden. Af en toe kwam hij thuis op bezoek. De afspraak was dat wanneer de gordijnen in een bepaalde stand stonden het veilig dan wel niet veilig was. Dit werkte uitstekend, zo goed zelfs dat hij daadwerkelijk een arrestatie voorkwam. De SD had zich namelijk schuilgehouden in de woning in afwachting van zijn bezoek. Wat moet dat een ongelofelijk spannende en stressvolle tijd zijn geweest.

Waarom stapte hij destijds in het verzet, dat was toch ongelofelijk gevaarlijk werk?

De zoon vertelde mij dat zijn vader het zag als zijn plicht. Het geloof speelde hierbij een belangrijke rol. Zijn vader was Gereformeerd en besloot dat hij moest opstaan tegen de tirannie en onderdrukking. Gelukkig is hij daarbij nooit opgepakt door de SD. Zijn broer overigens wel, die heeft 6 weken vastgezeten maar is uiteindelijk weer vrijgelaten. Zijn geluk was dat hij destijds minderjarig was, hetgeen hem ongetwijfeld heeft gered. 

Na de oorlog is hij in dienst gegaan en is vervolgens in Engeland opgeleid tot officier in de rang van 1ste luitenant. Vervolgens is hij in augustus 1946 per vliegtuig naar Nederlands Indië vertrokken om daar opnieuw te gaan vechten. Hij was daar inlichtingenofficier, heeft veel  narigheid meegemaakt waar hij na de oorlogsjaren nooit over heeft gesproken. 

Eén van zijn uitspraken was dat elke oorlog een vuile oorlog is. Dat is veelzeggend.  

Voor een integer mens die wilde strijden voor het goede moet dit een zware last zijn geweest. Hij keerde in september 1949 terug uit Nederlands Indië en was de rest van zijn leven, naast zijn directeurschap bij een distilleerderij, zeer maatschappelijk betrokken. Ook bleef hij nog lange tijd reserve officier in het Nederlandse leger. 

Terug naar de kist. Deze kwam enige jaren geleden, na het overlijden, boven water. Deze stond in de kelder van de woning alwaar deze al die jaren na de oorlog heeft gestaan. Een stukje oorlogsbuit wat na de oorlog nog netjes dienst heeft gedaan als opslag van papierwerk. Destijds buitgemaakt tijdens zijn jaren in het verzet. Een stille getuige van een moeilijke en donkere tijd in onze geschiedenis. Ik denk dat niemand hier onbeschadigd is uit gekomen. Velen gaven hun leven, andere hun lichamelijke en sommigen hun geestelijke gezondheid. Ik zie het dan ook als mijn plicht om te blijven gedenken, opdat wij nooit vergeten welke offers er zijn gebracht.