Mijn verhaal

Waar is de fascinatie voor de roerige periode 1933 tot 1945 (met de nadruk op de oorlogsjaren) toch vandaan gekomen? Waarom heeft de één er niets mee en kan de ander er niet genoeg over horen? Deze zoektocht naar het zaadje wat ooit is gepland, althans bij de auteur, is een doorlopende onderzoeking. Er zijn wellicht wel een paar oorzaken aan te dragen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de verhalen die ik als kind van opa en oma meekreeg. Of de geschiedenis waar ik al spelende wijs tegenaan liep. Een aantal van die korte verhalen wil ik aan het papier toevertrouwen. Waarom? Om ze vooral zelf niet te vergeten en omdat deze verhalen een onderdeel zijn van een stuk zwarte geschiedenis. Een stukje geschiedenis welke steeds meer op de achtergrond raakt. De generatie die het heeft meegemaakt neemt langzaam afscheid van het leven. De nieuwe generatie kent (gelukkig) geen oorlog zoals de ouderen die gekend hebben. Maar daarom is het des te belangrijker om verhalen te blijven delen. Niets is vanzelfsprekend. Ook niet de duur betaalde vrede die wij al vele jaren kennen in ons mooie Nederland.

De geschiedenis tastbaar

voor een jong jochie...

Mijn vader is (als eigenaar van een bloemenkwekerij) altijd zelfstandig ondernemer geweest. Dat had als kind voor- en nadelen. Het voordeel was ruimte, heel veel ruimte om te kunnen spelen. Het nadeel was dat ik al vroeg mee moest helpen in de bloemenkwekerij (en daar had ik natuurlijk niet altijd evenveel zin in).

De ouderlijke woning stond op een groot perceel met een ruime tuin naast en achter de woning. Verder bevond zich achter de woning de bloemenkwekerij. De bloemenkwekerij bestond uit een grote schuur en diverse bloemenkassen (deze zijn tot op heden nog steeds in gebruik). Als kind kon je achter de woning, de schuur- en de kassen het braakliggende land verder in te trekken (nog niet alles was toen al volgebouwd). Als kind was dit dan ook het dankbare terrein om vele missies in uit te voeren (veelal met diverse vriendjes). Op de kwekerij was altijd veel materiaal te vinden om de benodigde "wapens" te maken (hoe moest je anders de vijand verslaan). Als snel wist ik hoe je een kruisboog, pijl en boog of zelfs werpsterren moest maken. Mijn moeder was hier begrijpelijkerwijs niet altijd even blij mee, maar in de meeste gevallen kreeg ik alle ruimte. Zo maakte ik ook graag een Duits machinepistool (de MP40). Het liefst van staal, maar dat was natuurlijk een brug te ver. Zodoende moest ik terugvallen op een houten variant.

Hier boven afgebeeld een gedeelte van een oude foto met "restanten" van mijn wapenarsenaal liggende op de schuine kap van een oude schuur op de bloemenkwekerij van mijn vader. Dit moest, ja ik weet het nog, een Uzi voorstellen.

Het maken van mijn eerste MP40 was achteraf gezien heel eenvoudig, maar als kind toch echt hogere wiskunde. Ik haalde lange houten latten uit de berging van mijn vaders kwekerij en zaagde deze in 3 stukken. Eén lang stuk voor de loop, een iets korter stuk voor het magazijn en tot slot het kortste stukje voor het handvat. Als trekker gebruikte ik een spijker die ik aan de onderkant in het hout sloeg. Vervolgens schoot ik met een nietpistool een stuk touw aan twee kanten vast in het hout (je moest de MP40 immers over je schouder kunnen meedragen zoals een goed soldaat betaamt). Soms verfde ik mijn creatie zwart zodat het geheel niet van echt te onderscheiden was. Voor een jochie van 10 - 12 jaar oud was dit natuurlijk fantastisch. Lekker aanrommelen op de kwekerij, wat was er leuker dan dat! Voor mijn vader was het overigens niet altijd even praktisch. Als snel kwam hij (logischerwijs) houten latten tekort (die nodig waren om gaas te spannen over de bloemen in de kas). Daarentegen had hij wel MP40 machinepistolen in overvloed (met verschillende bouwjaren). Die lagen ondertussen her en der verspreid over de kwekerij.

Mijn eerste tastbare link.. 

naar het verleden....

Op een dag als zo velen was mijn vader bloembollen aan het sorteren op een sorteerzeef machine. Dit om de bollen zoveel mogelijk te scheiden van zand, steentjes en ander vuil. De bloembollen (tulpen in dit geval) waren eerder die week gerooid. Plotseling kreeg ik een seintje van mijn vader. Kom eens kijken, riep hij. Bij mijn vader aangekomen kreeg ik van hem mijn eerste tastbaar stuk geschiedenis in de handen gedrukt. Het bleek een geweerhuls te zijn van, zo bleek achteraf, een Nederlands Mannlicher M95 geweer.

Mijn fascinatie nam met grote sprongen toe. Waar kwam deze huls exact vandaan? Welke reis had deze afgelegd om uiteindelijk in mijn bezit te komen? Dat het met de oorlog te maken moest hebben was wel duidelijk. Er was in de omgeving immers flink gevochten tijdens de inval van de Duitsers in mei 1940. Zou de soldaat die destijds heeft geschoten het overleefd hebben? Mijn gedachten namen mij mee naar het verleden. Hier wilde ik in de breedste zin des woords meer van weten.... 

Schietoefeningen

in de Duinen van Katwijk...

Mijn opa en oma van mijn moeders kant waren eenvoudige lieve mensen. Opa was schilder van beroep. Mijn oma zorgde voor haar 7 kinderen. Ze hadden het niet breed, maar het was een gelukkig en zeer hecht gezin waar niemand iets tekort kwam. Mijn eigen moeder was de jongste dochter van het gezin. Als kind mocht ik 1 keer per week, altijd op een woensdagmiddag na school, mee-eten met opa en oma. Dat was altijd een feest. Oma kon nu eenmaal lekker koken en alles in overdaad. En niet onbelangrijk, ik hoefde niet te delen met mijn broertje en 2 zussen. Ik had het rijk alleen en mocht mijzelf altijd het volledige toetje (thuis moesten we die delen met zijn zessen) met extra slagroom toe-eigenen.Tijdens die bezoeken vertelde mijn opa en oma zo af en toe over de oorlogsjaren. Als kind liet dit natuurlijk niets aan mijn verbeelding over. Ook mijn opa is in het Nederlandse leger gemobiliseerd in 1939. Mijn opa vertelde mij dat hij een uniform, wapen en fiets ontving (dat was voor mij als kind al genoeg om meer te willen horen). Groot was mijn teleurstelling echter toen ik begreep dat hij deze spullen na de oorlog niet had bewaard (al wilde ik dit pas geloven nadat ik de woning van opa en oma aan een grondige inspectie had onderworpen).

Hierboven een foto van mijn opa als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). De foto is vlak na de oorlog gemaakt voor de Wilhelmina school in ons dorp.

Na wat research te hebben gedaan kwam ik in het bezit van de dienstplichtkaart van mijn opa (zie hieronder afgebeeld). Hij is op 3 oktober 1930 ingedeeld bij het Regiment Wielrijders. Op 17 maart 1931 ontving hij de rang van korporaal. Tijdens de mobilisatie is hij overgeplaatst naar het 2de regiment wielrijders. Met ingang van 5 mei 1945 terug in dienst bij de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) van de 3de compagnie gezagsdistrict Delft. Vervolgens ingedeeld bij de Jagers en op 1 maart 1946 tijdelijk bevorderd tot sergeant. Vanaf 16 september 1945 overgegaan naar de Koninklijke Landmacht en ingedeeld bij de gezagstroepen district Delft. Op 1 juni 1948 behoorde hij tot het Garderegiment Jagers welke op 1 juli 1950 (wegens reorganisatie) is overgegaan naar Garderegiment Grenadiers en Jagers. Tot slot is hij op 1 juli 1952 ontslagen vanuit zijn dienstplicht wegens dienstbeëindiging.  


Oefening baart kunst

Opa vertelde dat schietoefeningen werden uitgevoerd in de duinen. Oftewel, bij ons om de hoek! Ik vroeg mijn opa natuurlijk gelijk naar de exacte naar de locatie. En jawel, even later zat ik samen met mijn jongere neef Jan-Willem op de fiets op zoek naar de oude schietbanen van vroeger. Ik was toen denk ik een jaar of 12. Het was zomer en een heerlijk weertje. De zon scheen in mijn gezicht en de wind waaide zachtjes wat enige verkoeling gaf. In de Duinen aangekomen (zo ongeveer op de locatie die ik had meegekregen) moest ik op zoek naar een aantal (ik meen mij te herinneren 4) grote opgetrokken heuvels. Mijn opa vertelde mij dat ze voor deze heuvels schietkaarten hadden geplaatst. De kogels zouden vervolgens door de kaart in de achterliggende heuvels inslaan (wel zo veilig). De foto hierboven is genomen op de exacte locatie zoals omschreven en destijds gemaakt door soldaat J. van Ingen©. Fotobron: Nationaal Militair Museum te Soest. 

Het viel niet mee om de heuvels te vinden. De duinen zelf bestaat immers uit alleen maar heuvels. Maar, de aanhouder wint. Na lang zoeken vonden ik en mijn neef de exacte locatie en gingen we al snel aan de slag met een houten plankje. Dit plankje was nodig om de zandlagen in de heuvels laagje voor laagje af te schaven. Al snel kwamen we onder diverse lagen zand oude kogelpunten tegen. We sprongen een gat in de lucht. We zaten op de juiste locatie!


Als 12 jarige was er geen grotere spanning dan als "archeoloog" aan de slag te gaan in verboden gebied (de locatie van de oude schietbanen lag in het duin buiten de toegestane wandelpaden). De duinwachter zou op elk moment achter een heuvel vandaan kunnen komen. Of nog erger, wellicht zelfs zijn hond. We hielden ons dan ook zoveel mogelijk uit het zicht en werkten snel door. Na het doorzoeken van de schietheuvels bedacht ik mij dat het goed zou zijn om ook de positie van de schietlocatie zelf af te zoeken. Die zouden in een rechte lijn voor de schietheuvels moeten liggen. We liepen dan ook in een rechte lijn naar de vermoedelijke schietlocatie toe. Dit bleek toch lastig te zijn. Immers stonden we midden in het duingebied waar alles op elkaar lijkt. Al snel kwamen we tot de conclusie dat de plek waar wij op een gegeven moment stonden toch echt de schietlocatie moest zijn, al vonden we daar op dat moment geen enkele sporen van. Net toen we de hoop wilden opgeven en al lopende op een pad terug naar onze fietsen zag ik dat de wind een laagje zand wegblies. Hierdoor kwamen er twee 9mm hulzen tevoorschijn. Ik sprong natuurlijk wederom een gat in de lucht. Dit was inderdaad de schietlocatie en ik vond hier het bewijs van. Deze twee hulzen bleken overigens Duits te zijn. Oftewel, een Duitser heeft op deze locatie tijdens de oorlogsjaren wat schietoefeningen gehouden. Mijn gedachten sprongen op hol en mijn fascinatie voor de oorlogsjaren werden als 12 jarige nog meer gevoed. Snel terug naar opa en oma om verslag uit te brengen en (nog belangrijker) meer verhalen aan te horen over de roerige jaren 40-45.

Hier afgebeeld een Duitse Mauser K98 geweer huls door mij op het oog gevonden in de Katwijkse duinen medio februari 2017.


Hier een afbeelding van een groep Duitse soldaten die wat uitrusten in de Nederlandse duinen van regio Katwijk en omstreken. Gelet op het type uniform zou dit wel eens een vroeg oorlogse afbeelding kunnen zijn. Foto bron: Arjan Messemaker©. 

De slag om Valkenburg Zh

startte op vrijdag 10 mei 1940 ...

Hierboven een foto van Fallschirmjagers boven het vliegveld van Valkenburg Zh op 10 mei 1940. Foto bron: www.mei1940.nl ©.  

Mijn opa en oma van mijn vaders kant heb ik ook goed gekend. Althans, vooral mijn oma die ruim 90 jaar oud mocht worden. Mijn opa is helaas veel eerder overleden. Van hem staat mij alleen een vaag beeld bij. Je kent het wel. De contouren van een oude man die in een stoel zit. Maar helaas mocht ik nooit echte gesprekken met hem voeren. Daar was ik nog veel te klein voor. Mijn oma daarentegen heb ik veel langer gekend en van haar mocht ik veel meekrijgen over de oorlogsjaren. Nu wil het bij toeval zo zijn dat de boerderij van mijn oma (althans, haar ouders) op de rand van het vliegveld Valkenburg Zh (aan de Broekweg) lag (wat hedendagen nog steeds het geval is). Toen de Duitsers op 10 mei 1940 ons land binnenvielen was dit vliegveld één van de doelen. Fallschirmjägers sprongen dan ook (boven het vliegveld en haar weilanden) uit de Junkers 52/3m vliegtuigen met als doel dit vliegveld zo snel mogelijk in te nemen.

Uiteindelijk heeft Nederland de oorlog verloren. Maar wat velen niet weten is dat 1940 de Slag om Valkenburg en haar vliegveld door de Nederlanders is gewonnen. De aanval van de Duitsers was gericht op het bestuurscentrum Den Haag. De Duitsers wilden circa 15000 troepen afzetten op de drie omliggende vliegvelden Ockenburg, Ypenburg en Valkenburg. De afgezette troepen zouden vervolgens naar het centrum van Den Haag optrekken om haar in te nemen en feitelijk het bestuur over Nederland over te nemen.  Makkelijk gedacht door de Duitsers, moeilijk gedaan. Uiteindelijk stuitte de Duitsers op felle tegenstand van de moedige Nederlandse troepen wat resulteerde in een volkomen mislukking van het Duitse plan. De Duitsers leden dan ook zware verliezen.  Zo verloren ze circa 75% van hun transportvliegtuigen (ongeveer 222 Junkers Ju-52) inclusief haar ervaren piloten. Het schijnt dat de Duitse generaal Kesselring na de oorlog heeft verklaard dat de Duitsers deze verliezen gedurende de oorlog maar moeilijk konden compenseren. Dit verlies als ook de tegenvallende resultaten zal voor de Duitsers ongetwijfeld een rol hebben gespeeld in het uiteindelijke afblazen van de plannen om Engeland binnen te vallen. 

Mutter, mutter...

Hevige gevechten tussen de Nederlandse verdedigers en Duitse aanvallers vonden plaats waarbij ook het dorp Valkenburg Zh in de vuurlinie terecht kwam. Voor de bevolking was dit een zeer traumatische tijd waarbij, naast militairen, ook veel burgerslachtoffers zijn gevallen. Mijn oma maakte dit allemaal van dichtbij mee. Je begrijpt dat de verhalen die ik van haar te horen kreeg mij als kleine jongen meenamen naar een andere zeer spannende maar ook traumatische tijd. Eén van haar verhalen deed mij altijd sidderen. Ze vertelde dat er die eerste dag van geweld veel slachtoffers vielen. Eén van die slachtoffers bleek een Duitse fallschirmjäger te zijn. Die was die dag geraakt door (wat valt te vermoeden) Nederlands geweervuur. De Duitser kwam neer op de Broekweg (het laantje naar het Vliegveld aan de rand van de boerderij (zie foto). Omdat de Duitser in de vuurlinie lag was er geen mogelijkheid om hem te evacueren. De jonge soldaat was namelijk niet dodelijk geraakt maar wel zodanig dat hij niet in staat was om zichzelf in veiligheid te brengen. De jonge Duitser riep om hulp maar niemand was in staat om hem te helpen. Dit was simpelweg te gevaarlijk. Mijn oma vertelde mij dat ze de jonge man de hele avond en nacht heeft horen kermen en roepen om zijn moeder. Mutter, mutter ......... Tot de volgende morgen mijn oma niets meer hoorde. De jonge Duitser lag roerloos op de Broekweg. Een eenzame dood gestorven, roepende om zijn moeder........

Het pistool 

(Browning Hi-power) 

Mijn oma vertelde mij dat ze na de capitulatie van Nederland (en daarmee de slag om Vlakenburg) al snel Duitse Luftwaffe soldaten ingekwartierd kregen. Dit was voor mij als kind onbegrijpelijk. Samen moeten wonen met de vijand onder 1 dak? Mijn oma vertelde mij echter dat ze geen keus hadden, het werd ze nu eenmaal opgelegd. De boerderij (zie foto hierboven) lag aan de rand van het vliegveld en was daarmee een ideale locatie voor de Duitsers. Ik herinner mij nog goed dat mijn oma meerdere malen doodsangsten heeft moeten uitstaan. Niet zozeer omdat ze de vijand onder 1 dak hadden, maar temeer omdat haar broer in de woning een Duits pistool (Browning) had verborgen (onder de neus van de vijand). Dit pistool had haar broer, tijdens de oorlogsjaren van een Duitse soldaat afgenomen (hoe en wanneer is mij niet bekend). Mijn oma vertelde mij dat haar broer het pistool in eerste instantie had verstopt in de schuur onder verschillende balen hooi. Niets aan de hand zou je zeggen. Totdat de Duitsers op een bepaalde dag hooi kwamen confisqueren. Mijn oma moest toezien hoe ze baal voor baal hooi uit de schuur haalden. Nog 5 balen hooi te gaan, nog 4 balen, nog 3 balen.... nog 2.... . Mijn oma stond genageld aan de grond en zag het drama al voltrekken. Immers was het hebben van een wapen verboden op straffe van de doodstraf (iedereen had zijn of haar wapen al lang moeten inleveren). Wonder boven wonder stopten de Duitsers net op tijd met het leeghalen van de schuur. Ze lieten een paar balen hooi liggen niet realiserende dat onder die laatste paar balen het pistool verstopt lag.

De broer van mijn oma realiseerde zich dat deze plek wellicht toch niet de juiste was. Wat als de Duitsers terug zouden komen en opnieuw hooi zouden opeisen. Dat was immers een reële mogelijkheid. Nee, hij moest een andere plek zien te vinden. En natuurlijk vond hij die ook. Hij verstopte het pistool onder een dakpan van de woning. En zo geschiede dat onder het vijfde rijtje dakpannen vanaf de goot gezien het pistool opnieuw werd verstopt. Een fantastische plek waar niemand bijkomt, zo dacht hij tenminste......

Een tijd later, ik heb geen idee hoeveel tijd later, begonnen de Duitsers een telefoonlijn aan te leggen. Daar moesten in die tijd natuurlijk kabels voor getrokken worden. Mijn oma moest toezien hoe de Duitsers de kabel trokken over de Broekweg naar de boerderij. Daarbij leek het de Duitsers goed om de kabel vervolgens via de zijmuur van de boerderij omhoog te laten lopen. Bij de dakgoot aangekomen haalden de Duitsers 1 rij dakpannen weg om de kabel daaronder te plaatsen en zo door te trekken naar de telefoon ergens in de woning. Mijn oma moest toezien hoe ze dakpan voor dakpan weghaalden. Ze zag dit wederom met ongeloof aan. Nu vinden ze het pistool alsnog met alle gevolgen van dien. Echter,.... wonder boven wonder haalden de Duitsers alleen de onderste laag dakpannen weg. Het pistool lag verstop onder de 5de laag pannen. Dus, voor de tweede maal ontsnapten ze aan ontdekking.

Voor mijn oma was echter de maat vol. Er zou, als het op haar aankwam, niet tot een 3de keer komen. Op een dag, wanneer er niemand de buurt was, pakte ze een ladder uit de schuur. Ze plaatste de ladder tegen de dakgoot aan en klom naar boven. Langzaam haalde ze de dakpannen weg waaronder het pistool verborgen lag. Ze vond het wapen stopte deze onder haar jas. Ze plaatste de dakpannen weer zorgvuldig terug en klom de ladder af. Vervolgens liep ze met het pistool de Broekweg een stukje af om het wapen vervolgens in de sloot te gooien. Ze vertelde het aan niemand. Wat niet weet, wat niet deert moet ze gedacht hebben. Pas veel later (wellicht zelfs na de oorlog) kwam haar broer van deze actie te horen. En is het wapen ooit nog terugvonden vroeg ik natuurlijk direct aan mijn oma. Van haar begreep ik dat haar broer de betreffende sloot direct is gaan uitbaggeren. En, vond hij het wapen terug, vroeg ik? Ondanks zijn pogingen is het pistool echter nooit meer teruggevonden. Waarschijnlijk diep in de modder weggezonken. Of wellicht heeft iemand anders het ooit uit de sloot gevist. Wie zal het zeggen. Ik wil echter geloven dat het er nog steeds ligt.......

Het verzet 

op zolder ...

Van mijn opa en oma van mijn moeders kant kreeg ik als jonge jongen van een jaar of 10 te horen dat ze in de bezettingsjaren ooit het verzet op bezoek kregen. Mijn opa en oma woonden toen in een kleine woning met daarachter een nauwe steeg. Deze steeg deed mijn oma's hart altijd sneller kloppen. Waarom, vroeg ik haar nieuwsgierig. Ze vertelde mij dat ze in de avond zo af en toe de Duitsers door de achterliggende steeg hoorden patrouilleren. De laarzen van de Duitse soldaten (met ijzeren nagels beslagen) sloegen tegen de bestrating aan. De herrie die dit maakte galmde door de steeg en gaf mijn oma stressvolle momenten. Ze vertelde mij dat ze altijd bang was dat de herrie halverwege de steeg zou ophouden. Maar gelukkig is het nooit zover gekomen en liepen de Duitse soldaten altijd door zonder ooit op de deur van mijn opa en oma's huis te bonzen.

Mijn oma vertelde mij dat ze op een dag het verzet op bezoek kregen. Dat is niet zo heel vreemd. Het verzet was in onze gemeente, met grote verzetsnamen zoals Johannes Post en broer en predikant Henk Post, zeer actief. Ze zochten een slaapplek voor de nacht. Mijn opa en oma gingen hiermee akkoord en boden de heren een plek op zolder. Ik kan mij niet herinneren wie, wanneer en met hoeveel mensen het verzet op bezoek kwam. Wellicht wisten mijn opa en oma dat ook niet eens. Men zou de volgende dag weer vertrekken om vervolgens een distributiekantoor te overvallen. Ik weet alleen dat mijn oma het zeer te doen had met 1 van de (zover ik mij herinner jongste) verzetslieden. Een jongeman die ze wat te eten kwam brengen op zolder. Ze zag hem zitten bij het zolderraam, starende naar buiten. Ze zag dat hij het zwaar had. De tranen liepen over zijn wangen. Als 10 jarige jongen verbeelde ik mij (zo goed als dat gaat op die leeftijd) in wat er door het hoofd van deze jonge man moet zijn gegaan. Wetende dat het er de volgende dag op aan komt. Dat het leven je afgenomen kan worden. Mijn oma troostte de jongeman zo goed als dat ging waarna hij probeerde wat te slapen.

De volgende morgen vertrok het verzet om een distributiekantoor te overvallen. Ik weet niet meer welk kantoor. Wellicht in de naastgelegen gemeente Leiden (maar wie zal het zeggen). Of de overval is gelukt weet ik niet. Ik kan mij dit niet herinneren. Wat ik mij wel kan herinneren (hoe kan ik het ooit vergeten) is dat er bij deze overval 1 verzetsman is doodgeschoten. En laat dit nu net die jongeman zijn. Alsof hij die avond ervoor wist dat zijn laatste nacht hier op aarde was aangebroken. Dit maakte op mij zeer veel indruk. Een jongeman van hooguit 18 jaar met een leven nog te leven......

Vrijheid lijkt zo vanzelfsprekend maar is met bloed, zweet en tranen gekocht. Altijd met de dodenherdenking op 4 mei moet ik even aan deze jongeman denken. En aan alle andere slachtoffers die zijn omgekomen tijdens de bloedige oorlogsjaren. Opdat wij nooit vergeten!

De voetbalwedstrijd 

soldat Franz Fuchs 

Eén van de Duitsers die was ingekwartierd bij mijn oma en haar familie was een soldaat genaamd Franz Fuchs (zover ik weet was hij een onderofficier). Wat ik van mijn oma als kleine jongen te horen kreeg was dat het (ondanks het feit dat het om een Duitser ging) toch wel een aardige kerel moest zijn geweest. Mijn oma(s) broer en soldaat Fuchs spraken regelmatig met elkaar. Dat was onvermijdelijk, immers woonde ze noodgedwongen onder 1 dak. Het ontlopen van elkaar was nu eenmaal niet mogelijk. Mijn oma vertelde mij dat haar broer tijdens één van deze gesprekken met soldaat Fuchs aangaf dat ze de oorlog nooit zouden gaan winnen. Fuchs was het hier absoluut niet mee eens. Hij gaf aan dat je de algehele situatie moest vergelijken met een voetbalwedstrijd. Wij (de Duitsers) staan met 10 tegen 0 voor. Dat is onmogelijk in te halen. Voor soldaat Fuchs was het dus een gelopen race. Duitsland zou gaan overwinnen op alle fronten. Je kunt hem dit ook niet kwalijk nemen. Duitsland had in de meidagen van 1940 het ongelofelijke laten zien. Binnen korte tijd hadden ze het Westelijk deel van Europa overwonnen. Iets wat niemand voor mogelijk had gezien. En ook de daaropvolgende periode van de invasie in Rusland en de activiteiten in Afrika verliepen voorspoedig voor de Duitsers. Je zou er bijna in gaan geloven, hetgeen Fuchs dan ook deed. De broer van mijn oma en Fuchs kwamen er die avond niet uit. Fuchs bleef erin geloven terwijl de broer van mijn oma zijn hoofd heen en weer bleef schudden (hetgeen Fuchs toch ook wel weer om kon lachen).

Hierboven een groep Duitse soldaten die poseren voor de camera op de Drieplassenweg te Katwijk. Ook deze soldaten waren bij de mensen thuis ingekwartierd, net zoals de onderofficier Franz Fuchs en zijn mannen. Foto bron: Arjan Messemaker©.

Wat ik mij kan herinneren is dat soldaat Fuchs op een gegeven moment werd overgeplaatst naar het Zuidelijk front. Mijn oma en haar familie wisten op dat moment niet waar naar toe. Na de oorlog ontvingen ze echter een kaartje afkomstig vanuit Amerika. Daarop stond het volgende;

"beste familie, achteraf gezien is het toch nog 10 tegen 11 geworden. Groeten, Fuchs".

Pas veel later (ik schat in een jaar of 10) werd er op een gegeven moment op de deur van de boerderij geklopt. Het was Franz Fuchs die gedag kwam zeggen. Hij woonde ondertussen in Canada en had daar een nieuw bestaan opgebouwd. Hij vertelde dat hij tijdens de oorlog was overgeplaatst naar het Zuidelijk front (in eerste instantie naar Italië om vervolgens naar Afrika verscheept te worden). Ook vertelde hij dat hij veel geluk zou hebben gehad aangezien er velen zouden zijn gesneuveld. Hijzelf was uiteindelijk gevangen genomen door de Amerikanen en als prisoner of war naar Amerika of Canada verscheept. Na zijn vrijlating is hij in Cananda gaan (dan wel blijven) wonen. Zover ik weet woont zijn familie daar nog steeds (al heb ik helaas geen nadere adresgegevens voorhanden). De naam Franz Fuchs is alles wat ik van mijn oma heb meegekregen. Daar moeten we het mee doen...   

Dolle dinsdag 


Tijdens de slag om vliegveld Valkenburg vielen er zowel aan Nederlandse als ook aan Duitse zijde veel gewonden en doden. Ook in het weiland van mijn oma(s) vader (recht voor de boerderij aan de Broekweg) lag een gedode Duitse fallschirmjäger. De broer van mijn oma vond de Duitse soldaat en nam zijn geweer af (naar alle waarschijnlijkheid betrof het hier een K98 mauser). Hij bewaarde het geweer op de boerderij (kon nog wel eens van pas komen moet hij gedacht hebben). Na de capitulatie moesten echter alle wapens ingeleverd worden bij de bezetter. Niet inleveren kon de kogel betekenen, dus de risico(s) waren groot.

In plaats van inleveren timmerde de broer van mijn oma echter een houten kistje in elkaar. De binnenzijde isoleerde hij goed en ook vette hij het geweer goed in. Hij plaatste het geweer in de kist en begroef deze in het weiland. Inleveren bij de bezetter zou hij dus nooit doen.


Enkele jaren later tijdens de dolle dinsdag (op 5 september 1944) waren de verwachtingen hoog gespannen. Zo hoog zelfs dat het geweer in alle ijver werd opgegraven. Deze kon immers wel eens goed te pas komen; de bevrijders komen eraan! Met schop en al spoedde de broer van mijn oma zich naar de plek waar hij jaren eerder het geweer had begraven. Na wat graafwerk vond hij het houten kistje. Althans, wat er van over was... Zowel het kistje als ook de houten kolf van het wapen waren half verrot. De bodem waar het wapen in was begraven bleek niet vergevingsgezind. Waarschijnlijk een hoge zuurgraad en veel zuurstof met als gevolg een rottingsproces wat in een paar jaar tijd het geweer totaal onbruikbaar had gemaakt. Als kind maakte ook dit verhaal grote indruk op mij. Een slag uitgevochten in mijn achtertuin, hoe was het toch mogelijk... (voor een kind dat gelukkig nooit oorlog had meegemaakt bijna niet te bevatten).  

De patroontassen

De broer van mijn oma kreeg meerdere kinderen. Twee daarvan, Piet en Jan, werkten op de boerderij van hun vader. Dagelijks waren ze in de weer met allerlei klussen waar onder ook het (om de zoveel tijd) uitbaggeren van de sloot. Tijdens één van die keren vonden Piet en Jan een Nederlandse munitieriem inclusief 6 patroontasjes. Ik denk dat dit ergens eind 1950 moet zijn geweest. Waarschijnlijk is de munitieriem weggegooid door de drager tijdens of na de slag om het Vliegveld in mei 1940. De jongens sprongen bij deze vondst natuurlijk een gat in de lucht. Wat was er immers spannender dan het vinden van oorlogsmateriaal in de eigen achtertuin. Ze namen de riem en de patroontassen mee naar de boerderij. Voorzichtig lieten ze deze drogen (na jaren in het water en modder te hebben gelegen) om vervolgens uit te stallen op de boekenplank. Ik heb anno 2016 geen idee wat er uiteindelijk van deze vondst terecht is gekomen. Zover ik weet hebben Piet en Jan de riem en tasjes namelijk niet meer in hun bezit. Bij een volgend gesprek zal ik Piet en Jan er nog eens naar vragen...

Drie Nederlandse patroontasjes vanuit mijn eigen collectie zoals destijds gevonden door Piet en Jan.

Het medicijnenkistje

Een jaar of 2 a 3 geleden reed ik met mijn Ford GPW jeep uit 1944 richting Valkenburg en het vliegveld. Heerlijk om met het windscherm omlaag (uiteraard bij goed weer) wat te toeren. Voor ik het wist had ik de boerderij aan de Broekweg (waar ik eerder over schreef) in mijn vizier. Het leek mij leuk om er weer eens te gaan kijken (het was alweer eventjes geleden). Ik draaide mijn jeep de Broekweg op en reeds rustig aan op de boerderij af. Daar aangekomen parkeerde ik mijn jeep op de binnenplaats. De oude boerderij is (nog steeds) een fantastische plek om te zijn. Je waant je terug in de tijd. De boerderij zelf maar ook de schuren eromheen ademen een verleden. Als deze muren toch eens zouden kunnen vertellen hetgeen ze allemaal hebben meegemaakt. Ik dwaalde was af in mijn gedachten tot plotseling boer Jan met een grote glimlach op mij af kwam lopen. Hij had net de koeien op stal gezet en maakt (nog steeds) altijd graag tijd voor een praatje. We spraken over het verleden en de verhalen die hij als kind heeft meegemaakt in en rondom de boerderij. Maar ook de oorlogsverhalen die hij heeft meegekregen van zijn vader (de broer van mijn oma). Jan zelf is van net na de oorlog en heeft de oorlogsjaren zelf dan ook niet meegemaakt. Na ons leuke gesprek maakte ik aanstalten om weer te vertrekken. Vlak voordat ik wilde wegrijden schoot Jan nog iets te binnen. O ja, wacht even; ik heb nog iets voor je liggen. Jan snelde naar binnen en kwam met een minuut weer naar buiten lopen. In zijn handen hield hij een Duits medicijnenkistje vast. Er zaten zelfs nog medicijnen en medisch gerelateerde objecten in het kistje. Hoe kom je hieraan Jan, vroeg ik. Jan vertelde dat het na de oorlog was achtergelaten door de Duitsers (Luftwaffe) die destijds waren ingekwartierd. Zijn vader en moeder hebben het al die jaren bewaard en uiteindelijk is het bij Jan terecht gekomen. Neem jij het maar mee, zei Jan. Dat hoefde hij natuurlijk geen 2de keer te zeggen. Het is fantastisch om een stuk tastbare geschiedenis in je handen gedrukt te krijgen. En al helemaal als het item verbonden kan worden met een plaats waar deze geschiedenis is geschreven. Voor de één een eenvoudig kistje, waar er wellicht duizenden van zijn gemaakt. Voor de ander (zoals uw auteur) een zeer bijzonder stuk. Een tastbaar stukje plaatselijke historie......... 

Een klein gebaar

menselijkheid ...

Mijn moeder vertelde mij ooit het verhaal dat haar vader, oftewel mijn opa, bij het station in Leiden een verwarde man tegen het lijf aanliep. De Joodse man, zo bleek later, was opgeroepen om zich te melden bij de Duitse autoriteiten. Hij zou op "werktransport" gezet worden in het buitenland (wij weten ondertussen wel beter). Ik denk dat dit een periode wat later in de oorlogsjaren moet zijn geweest toen de deportaties van Joden zich volop manifesteerden. De man had ervoor gekozen zich niet te melden, maar wist vervolgens niet wat hij hier mee aan moest. Wat waren immers zijn alternatieven? Waar naartoe moest hij vluchten? In die hopeloze gedachtenstaat trof mijn opa de goede man aan, zittende op een bankje op het station van Leiden. Mijn opa zag de man zitten en sprak hem aan. Waarschijnlijk zag mijn opa de hopeloosheid van de man uitgedrukt staan in de groeven van zijn gelaat. Na een kort gesprek nam de man mijn opa in vertrouwen en vertelde hem alles. Mijn opa wist dat ze niet op het station konden blijven en nam de man mee naar zijn woning. Daar kon de man even op adem komen en zijn gedachten op een rijtje krijgen. Na een korte periode (ik heb geen idee hoe kort) nam de man afscheid van mijn opa en oma en vertrok. Zover ik weet hebben mijn opa en oma nooit meer iets van hem vernomen. Ik kan alleen maar hopen dat de compassie van mijn opa en oma iets voor de goede man hebben betekent. Een klein lichtpuntje in een duistere donkere wereld........

Bommen in de polder 

In medio 1942 liet een Duitse bommenwerper zijn lading van 3 bommen overgebleven bommen vallen in de polder van het dorp Rijnsburg (net buiten Oegstgeest). De bommenwerper was teruggekeerd van een bombardement in Engeland. Blijkbaar hadden ze daar niet alle bommen afgeworpen en hadden ze besloten, om deze maar boven Rijnsburg te droppen. Misschien is het de bedoeling geweest om ze in zee af te werpen, maar dit blijft gissen. 

De 3 bommen sloegen in het drassige landschap zonder te ontploffen. Hierdoor werden er 3 grote gaten geslagen van wel 5 a 6 meter diep. Na inspectie van de locatie door de Duitsers liet men de bommen nog 6 weken  liggen. Pas na deze periode lieten de Duitsers door Hollanders (in Duitse dienst) tot ontploffing brengen. Deze Hollanders bevestigden dat het om Duitse bommen ging, hetgeen de Duitsers echter altijd hebben ontkent. De springstof die men gebruikte om de boel tot ontploffing te brengen sloeg men tijdelijk op in de bollenschuur van de betreffende landeigenaar (familie J. van Egmond).

De Hollanders (ex-militairen) haalden 1 van de bommen boven de grond en lieten deze vervolgens bovengronds ontploffen met de springstof die men eerder had opgeslagen. Dit bleek echter geen succes. De ruiten van de woningen net buiten de polder bleken hier niet tegen bestand. Zelfs de ruiten van de boerenleenbank (Rabobank) die een heel eind verder stond sneuvelden gedeeltelijk. 

Daarop besloot men de overige 2 bommen ondergronds te laten springen. Een gigantische klap verplaatste zoveel grond dat men enorm veel ladingen grond moest aanvoeren om het gat te dichten. Tot op de dag van vandaag is de grond van het gat wat toen is geslagen nog steeds gevoelig voor verschillende weersomstandigheden (bijvoorbeeld veel regen). 

Dode Duitser op motorfiets 

De vader van mijn schoonvader (Opa Zandbergen) bezat tijdens de oorlogsjaren grote stukken weiland in Rijnsburg en Valkenburg Zh. Helaas is de goede man reeds jaren geleden overleden, echter heb ik hem nog wel persoonlijk gekend. Ik weet nog goed dat Opa tijdens een verjaardag eens zat te vertellen dat tijdens de slag om het vliegveld Valkenburg de kogels zelfs tot ver in Rijnsburg terecht kwamen (en je dus ook ver van het strijdgeweld goed moest oppassen). Opa vertelde dat hij direct na de Nederlandse capitulatie (dat zal omstreeks 15/16 mei 1940 geweest zijn) met zijn fiets over de Valkenburgerweg richting Valkenburg reed. Enerzijds om zijn weilanden te inspecteren en anderzijds zal ook hij nieuwsgierig geweest zijn. Hij vertelde dat hij op een gegeven moment (dat zal denk ik in Valkenburg Zh zijn geweest) een gesneuvelde Duitser al hangende over een motorfiets zag liggen. Eén van de velen gesneuvelde soldaten, zowel aan Duitse als aan Nederlandse zijde.

Ik weet nog dat ik aandachtig zat te luisteren naar het verhaal van Opa en het mij niet kon voorstellen dat zoiets hier in ons veilige Nederland heeft kunnen plaatsvinden. Daarbij valt het volgende mij op; des te meer tijd er tussen die dagen en de dag van vandaag komt te staan, des te ongeloofwaardiger worden de verhalen van toen. Daarom is het belangrijk (en steeds belangrijker) om de doden te blijven herdenken op 4 mei en onze vrijheid die duur is gekocht te gedenken op 5 mei. Deze is bijzonder duur betaald, opdat wij dit nooit vergeten.

De vrachtwagen en de handkar 

Onlangs kwam ik op mijn werk in gesprek met een persoon wiens vader in de oorlog ook het één en ander had meegemaakt. Hij vertelde mij dat zijn vader beschikte over een T-Ford vrachtwagentje. Met deze vrachtwagen mocht hij maximaal 10 km rijden (van zijn eigen bedrijf naar een plek waar hij werk uitvoerde). Hij ontving van de Duitsers een schriftelijk bewijs waarop deze 10 km stond aangetekend. Mocht hij worden aangehouden kon hij hiermee aantonen dat hij toestemming had om zich met de auto te verplaatsen. Het duurde echter niet lang of er werd door de inventieve ondernemer een extra nulletje achter de 10 km geschreven. Nu kon hij in plaats van 10 km ineens 100 km afstand afleggen. Hier maakte hij dan ook regelmatig gebruik van om van Zuid naar Noord Holland af te reizen en aldaar bloembollen te verhandelen. Toen de oorlog op zijn einde leek te lopen en de Duitsers steeds meer spullen confisceerden (vooral voertuigen) bleek de ondernemer in kwestie opnieuw inventief. Hij belde een bevriende automonteur met een garagebedrijf en liet de auto door deze persoon volledig uit elkaar halen. De motor lag daar, de body hier en het frame weer ergens anders. Naast de auto had de ondernemer ook nog een handkar in de schuur staan. Die hield hij achter de hand mochten de Duitsers zich ooit melden. Dit laatste duurde niet lang. Op een zondagmorgen heel vroeg, ik meen half 7, sloegen een drietal Duitsers met de kolf van hun geweer op de voordeur van de ondernemer.  Aufmachen! De ondernemer stapte uit zijn bed en opende de deur. De Duitsers kwamen, zo bleek, voor de vrachtwagen. De ondernemer bleef rustig en liep met de Duitsers naar de schuur. Hij reageerde "ik hem mijn auto niet meer, deze ligt volledig uit elkaar, is kapot en niet meer bruikbaar". De Duitsers reageerden fel en wilden niet met lege handen vertrekken. De ondernemer trok zijn troefkaart en vertelde de Duitsers dat hij nog wel een handkar had staan die ze met alle liefde mochten meenemen. En zo geschiedde, de Duitsers vertrokken met de handkar om zich terug te trekken naar Duitsland of wellicht richting Arnhem gelet op de operatie Market Garden in 1944. De ondernemer zag ze weglopen en stapte voldaan weer lekker in bed. Direct na de oorlog is de vrachtauto uiteraard weer in elkaar gezet en heeft daarna nog vele jaren trouwe dienst gedaan op Hollandse bodem....  

Canadezen in Oegstgeest

Facebook brengt je zo af en toe in verbinding met de andere kant van de Wereld. Zo ook anno 2018 toen ik in een Canadese Facebookgroep een berichtje plaatste waarin ik vertelde dat er in 1945 Canadezen gelegerd waren in Oegstgeest. Ze hebben daar enkele maanden (op locatie Poelgeest) gezeten.  Hieronder een foto van het toegangshek tot de locatie Poelgeest in 1945 en anno 2018. 

Ik vroeg of iemand de plek wellicht herkende, dit was natuurlijk alsof ik zocht naar een speld in een hooiberg, maar wie weet dacht ik zo. Het duurde welgeteld 10 minuten of ik kreeg een reactie, en wat voor één. De persoon die reageerde bleek de zoon te zijn van een in 1951 geëmigreerde Nederlander die tijdens de oorlogjaren woonachtig was in Oegstgeest op de Juffermanstraat 80. Zijn vader had een zus die verliefd werd op een Canadese soldaat (Bob) die met zijn onderdeel (1ste infanterie divisie, Royal Canadian Artillery, 2nd Light Anti Aircraft RCA) gelegerd was in Poelgeest . Deze zus vertrok samen met haar nieuwe liefde in 1946 naar Canada. Hieronder een foto van Bob (links) met daarnaast de zus in kwestie. De foto is gemaakt in Oegstgeest 1945. Ook heb ik een foto geplaatst van een kort artikel welke ingaat op de ontmoeting met de Canadezen. Dit artikel mocht ik van de familie Reintjes ontvangen. 

De vader van mijn contact in Canada was destijds een stuk jonger maar oud genoeg om de oorlogsjaren bewust mee te maken. Spullen van de Duitsers waren overal nog te vinden, dit bracht al snel verkleedpartijen teweeg. Hieronder links een foto van een oudere broer verkleed als Duitse soldaat. 

Hieronder een foto van de vader van mijn contact in Canada. Ook hij moest natuurlijk even verkleed worden als voormalige bezetter. 

Op de foto hieronder is de linker jongeman de vader en daarnaast zijn broer. Ze bedanken de Canadese bevrijders. Yes Sir! 

Hieronder een groepsfoto die is gemaakt op Poelgeest in 1945. De voertuigen zijn nog net zichtbaar op de achtergrond. 

Hieronder een foto van Bob (links) en zijn broer Harold. 

De 1ste Canadese Infantry divisie en (als onderdeel daarvan) het 1ste Anti Tank regiment van de Royal Canadian Artillery was ook aanwezig in Oegstgeest . Hieronder een gemaakte foto dichtbij Poelgeest met op de achtergrond Archer tank destroyers. 

En hieronder nog een aantal foto(s) van de Canadezen in 1945 te Oegstgeest en Leiden. Mijn dank gaat uit naar Mike Reintjes en Anthony Sewards die zo vriendelijk waren om mij deze foto(s) aan te leveren en tevens toestemming te geven voor gebruik hiervan op mijn website. Thank you! 

Tot slot vertelde mijn contact in Canada mij dat zijn vader destijds in 1945 een Duitse helm heeft bevrijd. De helm is gevonden in de school naast de Kerk aan de Rhijngeesterstraatweg te Oegstgeest. Het betreft een Kriegsmarine Double Decal helm op 2 namen. Een lokaal gevonden stukje tastbare bezetting welke uiteindelijk in Canada terecht is gekomen en nog steeds in bezit is van de familie. Heel bijzonder. 

Kamp Vught


Recentelijk (2018) sprak ik een jongeman van 14 jaar die met zijn klas kamp Vught heeft bezocht. Hij mocht vervolgens zijn ervaring van dit bezoek opschrijven hetgeen hij heeft gedaan in de vorm van een kort verslag. Het doet mij goed dat de scholen in Nederland hier de nodige aandacht aan geven en dat de jeugd zich realiseert dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Zie hieronder zijn ervaring in zijn eigen woorden. 

Zoldervondst Duitse helm

In Den Haag 

Zo af en toe loop je ergens tegenaan waarbij je van te voren denkt, dit is te mooi om waar te zijn. Vaak is dat ook zo, echter in dit geval bleek het nog mooier te zijn dan ik dacht. Via een zeer goede vriend van mij kreeg ik een tip dat er een "oude helm uit de oorlog" gevonden zou zijn in een woning in Den Haag. Dat is bij mij om de hoek, dus toch maar even kijken dacht ik zo.  Diezelfde avond stond ik dan ook in de oude woning op de Bankastraat in Den Haag. De eigenaresse van de woning was de zolder (die bomvol stond met oude rommel) aan het opruimen en kwam de helm tegen (bedekt onder een dikke laag stof) weggestopt in de zolderhoek. De helm moet daar (aldus de eigenaresse) sinds begin jaren 50 hebben gelegen. Ze vond het maar een eng ding en wilde er graag vanaf. De herkomst van de helm was haar verder niet bekend en navragen bij haar vader (die de woning ooit betrok) bleek niet mogelijk i.v.m. zijn eerder overlijden. Bijzonder stuk, vooral omdat het regionaal verbonden is. 

Zie voor meer foto(s) van de helm de collectiepagina hoofdbedekkingen

Gevechten in Valkenburg Zh


Als kleine jongen vertelde mijn oma mij vele verhalen over de Duitse inval in mei 1940. Mijn oma woonde in Valkenburg Zh en bevond zich daarmee midden in het gevechtsgebied. Eén van de verhalen die ze mij als kleine jongen vertelde was die van de enorme ravage die ontstond als gevolg van de felle gevechten. Het dorp lag dan ook grotendeels in puin. Ook de kerk was, als gevolg van Nederlands artillerievuur, zwaar beschadigd en niet meer veilig voor de omwonenden. Als gevolg daarvan moest men de kerktoren uiteindelijk omhalen. Er werden explosieven aangebracht en op 26 juni 1940, met één druk op de knop, was de kerktoren niet meer. Deze foto (die mijn oma destijds zelf heeft gemaakt) heb ik als kleine jongen van haar in bewaring gekregen. Dit maakte uiteraard veel indruk op mij als klein jochie. Na de oorlog is de toren overigens weer in oude glorie teruggebracht en tot op de dag van vandaag weer te bewonderen. 

Band of Brothers

William (Wild Bill) Guarnere

In 2013 had ik het grote genoegen om te mogen corresponderen met een lid van de befaamde Band of Brothers; William 'Wild Bill' Guarnere. Via via mocht ik zijn adresgegevens ontvangen en niet veel later stuurde ik hem mijn eerste brief. Ik wilde hem bedanken voor de zwaar bevochte vrijheid. Vrij snel daarna lag er ineens een brief op mijn deurmat. Vol ongeloof las ik de tekst op de enveloppe.. Airmail vanuit de US, William Guarnere... Wat een fantastische kerel, alleen al om het feit dat hij de moeite nam om een brief terug te sturen. Ik mocht daarna nogmaals een brief sturen en wederom een schrijven terug ontvangen (zie link). Voor mij persoonlijk heel bijzonder. Helaas is William Guarnere overleden op 8 maart 2014. Rest in Peace my friend. 

Hulp van boven

Operatie Manna

Operatie Manna was de naam van de voedseldropping tijdens de hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Deze voedseldropping bleek zeer gewenst, omdat er velen honderdduizenden Nederlanders in West-Nederland het al maandenlang zonder (voldoende) eten moesten doen. 

Na 1 mei 1945 dropte RAF Lancaster bommenwerpers voedsel in o.a. Valkenburg. Ook is er een blik terecht gekomen op het land van mijn opa (aan de rand van het voormalig vliegveld Valkenburg). Dit blik heeft vervolgens jaren op zolder gestaan. Ik weet nog dat het mij als kind enorm intrigeerde. Het blik staat nu bij mij thuis, opgenomen in de collectie. Een eenvoudig item maar een voor mij persoonlijk een bijzonder stukje historie. Iets om niet te vergeten. Hieronder 2 foto's met een dropping boven Vliegveld Valkenburg Zh (fotobron; onbekend).

Wordt vervolgd..