Dolle dinsdag

Tijdens de slag om vliegveld Valkenburg vielen er zowel aan Nederlandse als ook aan Duitse zijde veel gewonden en doden. Ook in het weiland van mijn oma(s) vader (recht voor de boerderij aan de Broekweg) lag een gedode Duitse fallschirmjäger. De broer van mijn oma vond de Duitse soldaat en nam zijn geweer af (naar alle waarschijnlijkheid betrof het hier een K98 mauser). Hij bewaarde het geweer op de boerderij (kon nog wel eens van pas komen moet hij gedacht hebben). Na de capitulatie moesten echter alle wapens ingeleverd worden bij de bezetter. Niet inleveren kon de kogel betekenen, dus de risico(s) waren groot.

In plaats van inleveren timmerde de broer van mijn oma echter een houten kistje in elkaar. De binnenzijde isoleerde hij goed en ook vette hij het geweer goed in. Hij plaatste het geweer in de kist en begroef deze in het weiland. Inleveren bij de bezetter zou hij dus nooit doen.

Enkele jaren later tijdens de dolle dinsdag (op 5 september 1944) waren de verwachtingen hoog gespannen. Zo hoog zelfs dat het geweer in alle ijver werd opgegraven. Deze kon immers wel eens goed te pas komen; de bevrijders komen eraan! Met schop en al spoedde de broer van mijn oma zich naar de plek waar hij jaren eerder het geweer had begraven. Na wat graafwerk vond hij het houten kistje. Althans, wat er van over was... Zowel het kistje als ook de houten kolf van het wapen waren half verrot. De bodem waar het wapen in was begraven bleek niet vergevingsgezind. Waarschijnlijk een hoge zuurgraad en veel zuurstof met als gevolg een rottingsproces wat in een paar jaar tijd het geweer totaal onbruikbaar had gemaakt. Als kind maakte ook dit verhaal grote indruk op mij. Een slag uitgevochten in mijn achtertuin, hoe was het toch mogelijk... (voor een kind dat gelukkig nooit oorlog had meegemaakt bijna niet te bevatten).